vrijdag 1 juli 2016

De gouden jaren van het linkse levensgevoel - John Jansen van Galen














In augustus 2015 bestond Vrij Nederland vijfenzeventig jaar en dat moest gevierd worden met een boek over de geschiedenis van het opinieweekblad. John Jansen van Galen kreeg de opdracht om het boek te schrijven, maar de deadline werd niet gehaald: het beschikbare archiefmateriaal was daar te omvangrijk voor. Het is een goede beslissing geweest om de opdracht te geven aan een journalist die onderhoudend kan schrijven. Een hoogleraar ‘mediastudies’ had er waarschijnlijk een gortdroog relaas van gemaakt. Jansen van Galen hanteert, geheel in de geest van zijn onderwerp, een journalistieke stijl en citeert voortdurend uit gesprekken die hij heeft gevoerd met betrokkenen. Ik kreeg daardoor regelmatig de aangename indruk dat ik naar een radiodocumentaire zat te luisteren. Mijn aandacht verslapte nergens en naar het einde toe werd het boek steeds leuker om te lezen.

Jansen van Galen concentreert zich in De gouden jaren van het linkse levensgevoel op de jaren zestig en zeventig, de periode waarin Vrij Nederland een hoge oplage haalt. De voorgeschiedenis wordt kort samengevat en het boek eindigt in 1986 als VN in een budgettaire en redactionele crisis verkeert. Het linkse levensgevoel blijkt terugkijkend vooral een zelfverzekerd gevoel te zijn geweest: wat wisten die mensen het allemaal zeker! Ik ben blijkbaar niet de enige die er zo over denkt, want een VN-medewerkster schrikt bij het terugzien van oude jaargangen van de stelligheid die ze daarin aantreft: ‘Voor een lezer van nu moet dat wel pure ideologie zijn, terwijl het dat toch niet was.’ Maar wat was het dan wel?

Ik vermoed dat het iets te maken zal hebben met het feit dat er in die jaren veel mensen in Vrij Nederland schreven die weinig levenservaring hadden. Verschillende persoonlijkheden die het profiel van VN bepaalden, kwamen bij het  studentenblaadje Propria Cures vandaan en leken qua mentaliteit en opvattingen in hun studententijd te zijn blijven steken. Een medewerkster uit haar verbazing over het succes van VN ‘terwijl we zo weinig wisten.’ Ik vermoed dat ook een aanzienlijk deel van het lezerspubliek van VN de eigen puberteit aan het verlengen was, want de opkomende welvaartsstaat bood daar de gelegenheid toe.

Voor en tegen
Zoals wel vaker bij tegendraadse personen is de zelfkritiek gering: de ego’s zijn groot (maar ook uitermate kwetsbaar), men heeft vooral oog voor de eigen goede bedoelingen en koestert zich nogal eens in het zelfgenoegzame gevoel van eigen voortreffelijkheid. Dat schrijvers met zo’n instelling snel de neiging hebben om te gaan overdrijven behoeft geen betoog. Wie terugleest waar ze tegen waarschuwden valt om van verbazing: de nazistische inborst van prins Claus, het om zich heen grijpende neonazisme in de Nederlandse samenleving (volgens VN is het gedreun van laarzen overal te horen) of de rechtse politieke partijen die Nederland in rap tempo willen veranderen in een politiestaat. De grootste onzin wordt opgedist door Hugo Brandt Corstius en John Jansen van Galen vraagt zich als oud-hoofdredacteur van de Haagse Post inmiddels af wat hem destijds bezielde om dit kwaadaardig geschrijf ook in HP te publiceren. De citaten uit de columns van malle Hugo behoren dan ook tot de treurigste van het hele boek en zijn niet zonder plaatsvervangende schaamte te lezen. 

De onnozelheid beperkt zich niet tot verschijnselen die worden afgewezen. Ook de zaken waarvoor ze sympathie kunnen opbrengen tonen een enorm gebrek aan realiteitszin: het afschaffen van school, de zegeningen van een spoedige onafhankelijkheid van Suriname en de Antillen of Tito’s heilstaat Joegoslavië als voorbeeld voor Nederland en de wereld. Er wordt ook eens een pleidooi voor pedofilie gehouden. Dat is opmerkelijk voor een krant die destijds ook kinderpagina’s bevatte, maar ook weer niet helemaal verbazend, want Vrij Nederland was in die tijd ook bekend (of berucht) vanwege de ruimte die het bood aan seksadvertenties.

Weinreb
John Jansen van Galen gaat in het tiende hoofdstuk van De gouden jaren van het linkse levensgevoel in op de affaire rond Friedrich Weinreb, de econoom die in de jaren zestig en zeventig in progressieve kringen aanhang verwerft omdat hij tijdens de Duitse bezetting op eigen houtje veel Joden het leven zou hebben gered. VN-columniste Renate Rubinstein is een groot pleitbezorgster van Weinreb en gebruikt haar podium in VN om mensen die kritisch zijn over Weinreb te bestrijden. Er volgt een jarenlange polemiek in dag- en weekbladen en na een uitvoerig onderzoek door het Riod wordt in 1976 vastgesteld dat Weinreb geen verzetsheld is, maar intensief met de Duitsers heeft samengewerkt. Verontschuldigingen heeft Vrij Nederland nooit gemaakt.

Jansen van Galen vat de zaak kort voor zijn lezers samen. Henriette Boas wordt instemmend geciteerd, maar er wordt nergens vermeld dat zij een belangrijke rol speelt in de polemiek. Onjuist is de mededeling dat journalist Hans Knoop het lang voor Weinreb heeft opgenomen: Knoop publiceerde al in het voorjaar van 1968 een kritisch artikel over Weinreb in De Telegraaf en was dus alles behalve een aanhanger.

Jansen van Galen concentreert zich vooral op de polemiek die in de jaren zestig en zeventig gevoerd is. Hij blikt met redacteur Igor Cornelissen terug op de affaire en die is niet trots op zijn aandeel daarin: ‘Het is een smet op mijn blazoen.’ Net als in zijn boek Raamgracht 4 vertelt Cornelissen dat hij na het verschijnen van het Riod-onderzoek een artikel in Vrij Nederland publiceert over een verraadzaak in de Haagse Reinkenstraat en dat moet worden vastgesteld dat Weinreb dat verraad niet gepleegd kan hebben. ‘De onderzoekers gaven Weinreb weinig tot geen kans. Kritische zin maakte plaats voor vijandschap,’ zegt hij tegen Jansen van Galen. Dat de onderzoekers naar aanleiding van zijn artikel de zaak nog een keer bekijken en van zijn conclusies niets heel laten, vertelt Cornelissen (net als in Raamgracht 4) niet.

Verdienstelijk aan Jansen van Galens boek is dat duidelijk wordt gemaakt dat de meningen over Weinreb bij Vrij Nederland verdeeld zijn geweest. Omdat Weinreb-verdedigster Renate Rubinstein alle ruimte heeft en niet wordt tegengesproken, krijgt de buitenwereld het idee dat VN een Weinreb-bode is. Binnenskamers krijgt hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse echter kritiek. Redacteur Gerard Mulder herinnert zich: ‘Op een redactievergadering is eindredacteur Frans Peeters fel van leer getrokken tegen die houding. Er kwam geen enkele reactie, maar toen we na afloop met z’n allen naar café De Engelbewaarder gingen en Ferdinandusse zich bij ons voegde, maakte hij theatraal de bovenste knoopjes van zijn overhemd los en zei: ‘Nou, schiet maar’.’

Invloed
Als in 1973 het meest linkse kabinet ooit aantreedt, is Vrij Nederland alles behalve enthousiast. Al dat geschipper in het parlement krijgt maar weinig waardering: de maatschappij dient structureel hervormd te worden. De redactie van VN ontwikkelt zich steeds meer tot een socialistische enclave binnen de kapitalistische maatschappij. Sommigen spreken van een eiland of een sekte. Binnenskamers is men echter weinig eensgezind. Er is voortdurend onenigheid op de redactie. Er zijn diverse clans en kampen die elkaar bestrijden. Het dieptepunt wordt bereikt wanneer verschillende redactieleden anonieme brieven ontvangen vol toespelingen en verdachtmakingen.

John Jansen van Galen schetst een prachtig beeld van de manier van werken op de redactie. Hij staat uitvoerig stil bij het alcoholgebruik. Om twaalf uur ’s middags zitten de dames en heren al aan de drank. ‘Die krant dreef op alcohol,’ zegt een medewerkster. Volgens een redacteur verkeerde men ‘steeds in een soort trance die het hele etmaal kon doorgaan.’ Er wordt vergaderd met glazen bier en borrels op tafel, en overal staan kratten pils. Je vraagt je af hoe die mensen iedere week nog een krant konden uitbrengen onder de invloed van al die drank.

Over invloed gesproken: hoe groot is die eigenlijk? Redacteur Joop van Tijn heeft in ieder geval een grote ambitie: ‘De hele inhoud van VN moet een gestage, haast sluipende invloed op onze lezers hebben.’ Jansen van Galen heeft zo zijn bedenkingen en houdt er rekening mee dat de lezers van VN lang niet alles begrijpen van de diepgravende artikelen die VN wijdt aan zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Ermee instemmen zullen ze toch wel, want het aan de kaak stellen van (vooral christelijke) bestuurders en ondernemers doet het goed bij de progressieve lezer. Misschien zijn veel lezers van VN in die jaren wel net zo beneveld als de journalisten die het blad volschrijven?

Opmaak
‘Journalisten zijn vervelende mensen,’ heeft Rinus Ferdinandusse eens gezegd. Ik moest aan die uitspraak denken toen ik las wat John Jansen van Galen vermeldt over de opmaak van VN. Die is vaak onoverzichtelijk (ik herinner mij dit als lezer zelfs nog uit de jaren negentig toen het blad als zogenaamd Jumbomagazine uitkwam): ‘Staartjes van artikelen die niet op een pagina passen worden op andere pagina’s geparkeerd, wat de overzichtelijkheid en het typografische beeld niet ten goede komt.’ De oorzaak hiervan is dat redacteuren zich beroepen op een ‘nooit geformaliseerd maar hartstochtelijk beleden ‘recht van toegang’ tot de krant, wat inhoudt dat eigenlijk geen tittel of jota veranderd mag worden aan hun kopij – laat staan dat er geschrapt mag worden.’ Om redacteuren die graag hun belezenheid willen etaleren en zich te buiten gaan aan literaire slotzinnen de voet dwars te zetten, geeft Rinus de eindredactie de opdracht om alle slotzinnen te schrappen. Slimme redacteuren hebben dat echter in de gaten en schrijven daarom dubbele slotzinnen. Wat laten grote ego’s toch graag merken dat ze er zijn! 

Het is jammer dat in het boek nergens te zien is hoe de opmaak van Vrij Nederland er in die jaren uitziet. Het bevat drie fotokaternen, maar buiten één illustratie van Peter Vos is er ook niets te zien van de tekenaars die VN jarenlang hebben geïllustreerd. Peter van Straaten,  Jaap Vegter en Yrrah worden niet eens genoemd. Het boek bevat geen grote fouten, maar wel enkele details die onjuist zijn. Zo heeft Elseviers Weekblad bijvoorbeeld niet Der Stürmer, maar Das Reich als model. Jansen van Galen lijkt ook niet te weten dat het interview van Theo van Gogh met Hugo Brandt Corstius waaruit hij citeert fictief is: het was een grap van Martin van Amerongen.

Democratisering
Vrij Nederland houdt het in de jaren zestig niet alleen bij pleidooien voor een verdere democratisering van de samenleving. Ook in eigen huis worden de arbeidsverhoudingen gedemocratiseerd. Er wordt bepaald dat de hoofdredacteur geen nieuwe redacteuren mag aanstellen. Over de regeerstijl van Ferdinandusse vermeldt John Jansen van Galen overigens uiteenlopende meningen: hij bestuurt de redactie behoedzaam en hij probeert conflicten te vermijden, maar iemand laat zich ook ontvallen dat bij de meeste medewerkers de angst voor Rinus er diep in zit.

Niet alleen de rechtvaardige verdeling van macht blijkt in de praktijk moeizaam. Ook wat betreft de inkomensverdeling is er sprake van blijvende ongelijkheid: Rinus heeft voor het dagelijks afleggen van de paar kilometers tussen zijn woning en de redactie een auto van de zaak en geniet een hoger inkomen. Later blijkt na enig speurwerk dat ook Joop van Tijn een hoger inkomen heeft dan de anderen: de eensgezindheid onder de redactieleden loopt na deze onthulling onherstelbare schade op. Vrij Nederland is tenslotte het blad waarin wekelijks verhalen te lezen zijn over geldbeluste ondernemers en corrupte bestuurders en waar commerciële overwegingen in de besluitvorming ‘niet van doorslaggevend belang mogen zijn.’

De relatie met geld en commercie blijft problematisch: indringende reportages over sociale misstanden worden in Vrij Nederland afgewisseld met kleurige reclames voor luxe genotmiddelen.  Als er gaandeweg steeds minder advertenties binnenkomen, is dat voor sommige medewerkers een bevrijding: het betekent dat men niet afhankelijk is van kapitalisten en eigenlijk ook niet van lezers. Een weekblad kan echter niet van de wind leven en dus moet er begin jaren tachtig bezuinigd worden. Democratie blijkt ook dan minder aangenaam te zijn, want er moeten mensen worden ontslagen en daarover zal collectief besloten worden. Iedereen wordt medeverantwoordelijk voor het klaren van deze onaangename klus.

Neergang
Niet alleen de daling van het aantal advertenties is een reden dat Vrij Nederland in een neerwaartse spiraal terechtkomt. Het weekblad krijgt steeds meer concurrentie van de dagbladen die met uitgebreide weekendbijlagen komen. Ook uit de politieke koers van VN is af te leiden waarom steeds meer lezers weglopen. De maatschappijvisie van VN begint steeds meer af te wijken van de ontwikkelingen in de samenleving. Redacteur Max van Weezel zegt daarover: ‘Vrij Nederland was het blad van de generatie van 1968, het was inmiddels 1981 en er was een hele nieuwe generatie die het blad van haar ouders niet meer wilde lezen. Maar er heerste bij ons een dedain voor de tijdgeest.’ De oplage van VN is sinds die tijd vooral blijven dalen, al lukt het in 1990 door de overstap naar het Jumbo-formaat om de oplage te verhogen. In de tweede helft van de jaren negentig zet de neergang echter weer in. Inmiddels is besloten om van VN een maandblad te maken.

Afgelopen mei kocht ik het nummer van VN waar een voorpublicatie in verscheen van John Jansen van Galens boek. Ik had VN al een tijd niet meer gezien. Ik kwam in dit nummer geen artikelen tegen die ik niet ergens anders had kunnen vinden. Ik las het interview met een progressieve wetenschapsjournalist die de huidige linkse beweging verwijt het pre-industriële leven te verheerlijken terwijl dat ooit een rechts ideaal was. Links zou terug moeten keren naar zijn ‘prometheïsche’ wortels. Terwijl ik het las, vroeg ik me af waar ik dit toch allemaal eerder had gelezen. Ik moest even nadenken en toen viel het muntje: in De onvolmaakte maatschappij van Milovan Djilas, de door Tito op een zijspoor gezette profeet van het ooit door Vrij Nederland bewonderde en inmiddels verdwenen Joegoslavië. Djilas schreef het in 1969. Voor VN is het nieuws in 2016. Ik had het gevoel alsof er een oldtimer voorbij kwam tuffen. Een dedain voor de tijdgeest: zeg dat wel.

John Jansen van Galen
De gouden jaren van het linkse levensgevoel
Het verhaal van Vrij Nederland
494 bladzijden
Uitgeverij Balans 2016

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen